Geen mens kan zonder wiskunde. Al voor het basisonderwijs begint elk kind met tellen, rangschikken en eenvoudig structureren. In het basisonderwijs gaat veel aandacht naar rekenen, werken met getallen, meten, verbanden zoeken en vraagstukken (stapsgewijs) oplossen.

Getallen (en cijfers) komt iedereen dagelijks tegen. Aantallen, prijzen, snelheden, pincodes, klassementen, bladzijden … overal worden getallen gebruikt. Onafhankelijk van welke taal je spreekt of op welk continent je leeft, (praktisch) iedereen gebruikt dezelfde getallen. Niemand trekt het belang van getallen en rekenen in twijfel.

Wiskunde is echter meer dan rekenen. Al heel snel leren tieners dat je ook met letters kan rekenen, die je toelaten om met formules en vergelijkingen te werken. Die laten je toe om eigenschappen van getallen te veralgemenen, of om verbanden tussen grootheden eenvoudig te vertolken. Zoals tussen tijd, afstand en snelheid; of zoals tussen rentevoeten, de looptijd van een lening en afbetalingen. Wiskunde is in staat om verbanden heel duidelijk en begrijpelijk uit te drukken – veel duidelijker dan in het dagdagelijkse taalgebruik – en dit in een taal die overal ter wereld begrepen wordt. Wiskunde is, wellicht samen met muziek, de meest universele taal op onze planeet.
Wiskunde creëert structuur en orde, en laat je toe om verbanden tussen grootheden beter te begrijpen. Verbanden, uitgedrukt in formules, zijn niet alleen essentieel voor de wiskunde zelf, maar ze zijn evenzeer onmisbaar bij andere vakken zoals informatica, natuurkunde, scheikunde, biologie, economie, psychologie, sociologie. Wiskunde leert je ook om correct om te gaan met gegevens en met de interpretatie van statistische informatie van die gegevens.

Maar er is veel meer voor iedereen die wiskunde leert. Bij wiskunde leer je namelijk problemen aanpakken en oplossen. Je leert nauwkeurig uitdrukken waarvan je vertrekt en wat je zoekt. Op die manier oefen je permanent ook taal en logisch denken. In alle jaren krijgen leerlingen een grote en boeiende variatie (wiskundige) vraagstukken. Die los je op door een bepaalde aanpak te gebruiken, door na te denken over de beste aanpak of de beste strategie, door creatief te zijn, door jezelf vragen te stellen. Welke informatie is gegeven? Hoe vertaal ik die informatie naar een wiskundige context? Wat wordt er precies gevraagd? Hoe kan ik het gevraagde bepalen of berekenen?  Is er een andere aanpak? Welke aanpak is de beste in welke situatie?
Wat je leert door problemen aan te pakken is merkwaardig genoeg ook toepasbaar in vele andere situaties en probleemstellingen die op het eerste zicht niets met wiskunde te maken hebben. Wiskunde stelt je zo in staat om je probleemoplossend vermogen te ontwikkelen en aan te scherpen. Het helpt je logisch redeneren en een onafhankelijke opinie te vormen. Het helpt je algoritmisch en strategisch denken.

In een maatschappij die snel verandert, zeker op vlak van technologie, is iedere burger best gewapend met een sterke basis redeneervermogen en een veelheid van probleemoplossende vaardigheden.